logo Ouders Online

home forum chat thema-pagina's vraagbaken video koopjeskelder surf-tips snuffelgids service colofon

Magazine - redactionele artikelen
 Actueel
Onderwijs - Meer juffen dan meesters

14 april 2006

Massa's kinderen verlaten tegenwoordig de basisschool zonder ooit een meester te hebben gezien. Veel ouders maken zich daar zorgen over. Is die zorg terecht?

Laurence Guérin geeft een samenvatting van het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.


Al die juffen, kan dat kwaad?

door Laurence Guérin

Beroemd is het volgende experiment. Geef alle kinderen in een kleuterklas een stukje klei, en laat ze daarmee alleen. Wat gebeurt er? De meisjes gaan braaf figuurtjes kleien, en de jongens maken er een puinhoop van. Die gooien de klei tegen het plafond om te zien of hij blijft plakken, of proppen hem in het sleutelgat van de deur.

Tot zover kun je wel zo'n beetje verwachten wat er zou gebeuren. Maar dan. Wat gebeurt er als je een – onvoorbereide – juf de klas instuurt? Die zal de meisjes prijzen om hun voorbeeldige gedrag ("Oh, wat heb je dat mooi gemaakt!") en de jongens een standje geven voor hun geklooi.

Een meester daarentegen zal eerder inzien dat ook de jongens creatief gedrag hebben vertoond, en zal hun experimenteerdrift prijzen ("En, hoe lang duurde het voor de klei van het plafond viel? Wat denk je, gaat de klei net zo makkelijk in het sleutelgat als eruit? Probeer dát ook maar eens...").

Grote zorgen
Wat is de strekking van zo'n experiment? Dat we ons grote zorgen moeten maken over de ontwikkeling van onze jongens. Dat is althans de mening van een aantal opvoeddeskundigen. Want op de basisscholen is 80% van de leerkrachten vrouw. De ondervertegenwoordiging van mannen voor de klas leidt volgens de critici tot gedragsproblemen en leerachterstanden bij jongens.

Ook ouders maken zich zorgen. De jongetjes krijgen van de juffen te horen dat ze stil moeten zijn, netjes moeten zitten en lang achter elkaar moeten knutselen. En dat zou ingaan tegen hun behoefte om wild te zijn en te rennen.

Harde bewijzen ontbreken
Er is inmiddels al heel wat onderzoek gedaan naar de mogelijke invloed van vrouwelijke leerkrachten op de ontwikkeling van jongens. Maar ondanks al dat werk ontbreken er nog steeds harde bewijzen voor de stelling dat de relatieve afwezigheid van meesters voor de klas een slechte invloed heeft op jongens.

Toch volharden de deskundigen in hun meningen. Maar wát zien zij nu precies als de gevaren? En, of ze nu gelijk hebben of niet, waarom zijn er eigenlijk zo weinig meesters op onze basisscholen?

Kutwijf!
Op de school van mijn kinderen is helaas geen man te bekennen. Of het ermee te maken heeft weet ik niet, maar er zijn wel opvallend veel 'heel erg lastige' jongens. Ik denk dat een stevige meester in deze gevallen misschien wel eens goed zou uitpakken.

Vorige week zag ik één van die lastpakken compleet door het lint gaan. Hij schold zijn juf uit voor 'kutwijf', schopte haar een paar keer hard tegen de schenen, en rende toen weg. Zou hij dit ook gedaan hebben bij een meester?

Ik heb het idee dat vanaf een bepaalde leeftijd een man toch beter 'werkt' bij jongens. Zelf geef ik training aan het sportteam van mijn zoon. Het kost me altijd de nodige moeite om ze bij de les te houden, terwijl ik echt niet snel over me heen laat lopen. Soms word ik door een vader geholpen en dan is het voor mij pijnlijk om te zien hoeveel beter die jongens dan hun best doen. Hij pakt het echt niet anders aan dan ik, maar hij is een man.
(Marylou, Forum Ouders Online)

Mogelijke problemen
Volgens de deskundigen zouden juffen vooral eigenschappen stimuleren die men traditioneel meer als vrouwelijk beschouwt. Rustig blijven en veel praten wordt beloond, terwijl er anderzijds juist weinig ruimte – laat staan stimulans – is voor typisch jongensgedrag en sterke jongens-eigenschappen, zoals:

  • actiebereidheid;
  • ontdekkingsdrift;
  • leiderschap;
  • assertiviteit.

    Integendeel. De jongens-eigen manier om problemen op te lossen wordt als lastig en brutaal ervaren. Daardoor zouden jongens te kort komen in hun sociale en emotionele ontwikkeling tijdens het primair onderwijs. Hun motivatie zou verslechteren, omdat ze zich niet prettig voelen in de klas, en ze zouden slechter gaan presteren.

    Helemaal gelukkig
    Mijn zoon gaf na vijf jaar basisschool aan geen juf meer te kunnen zien. Hij hunkerde naar een meester. Van school gewisseld, heeft hij nu een meester. En hij bloeit op. De meester gaat met de klassen mee tot het einde van de basisschool. Dat kind is nu helemaal gelukkig.
    (Anne, Forum Ouders Online)

    Bewijzen tóch duidelijk?
    Voor Louis Tavecchio, hoogleraar Kinderopvang aan de Universiteit Amsterdam, en Lauk Woltring, jongens-specialist van de Hogeschool van Amsterdam, spreken de bewijzen wel degelijk voor zich:

  • jongens blijven vaker zitten;
  • ze gaan twee keer zo veel naar het speciaal onderwijs;
  • ze gebruiken meer drugs en alcohol;
  • ze verkeren meer in het criminele circuit dan meisjes.

    Feit is dat meisjes een inhaalslag aan het maken zijn qua leerprestaties op jongens. De verschillen tussen meisjes en jongens op de Cito-toetsen bijvoorbeeld, worden steeds kleiner. Tavecchio en Woltring wijten dit aan de vrouwelijke cultuur (ook wel 'feminisering' genoemd) die op de basisscholen heerst.

    Meisjes ervaren meer problemen
    De zorgen zijn niet nieuw. In Amerika en Engeland speelt de discussie rond de zogenaamde feminisering van het primair onderwijs al zo'n 100 jaar. Er zijn daarom al heel wat onderzoeken gedaan naar de mogelijke effecten ervan. Tot nu toe kon echter geen enkele relatie worden gevonden tussen het toegenomen aantal juffen enerzijds en – bijvoorbeeld – de leerprestaties van jongens anderzijds.

    Ook in Vlaanderen en Nederland zijn recentelijk nog onderzoeken uitgevoerd, met evenmin duidelijke aanwijzingen voor de eventuele gevaren die jongens zouden lopen. In tegendeel, lijkt het wel. Meer meisjes dan jongens geven aan dat ze op school problemen ervaren.

    Juffen kunnen geen kwaad
    Ook de resultaten van de Cito-eindtoets spreken voor zich. Jongens zijn nog steeds beter in wiskunde en andere exacte vakken en meisjes zijn nog steeds beter in talige vakken. Daar heeft de grotere hoeveelheid juffen in ieder geval niets aan veranderd.

    Ook de doorstroming van jongens naar het speciaal onderwijs is niet toegenomen. Integendeel: het aantal jongens ten opzichte van het aantal meisjes is gedaald van 3 jongens op 1 meisje naar 2 jongens op 1 meisje. En het gebruik van drugs, alcohol en criminaliteit binnen de groep jongens is de laatste 15 jaar stabiel, terwijl dat onder meisjes toeneemt.

    Kortom: uit onderzoek blijkt niet dat de feminisering van het basisonderwijs nadelige effecten heeft op de schoolprestaties van jongens.

    Ontwikkelen van de identiteit
    Volgens autoriteiten als Tavecchio kunnen jongens door al die vrouwelijke leerkrachten hun eigen identiteit niet goed ontwikkelen. Het ontbreken van een mannelijk rolmodel op school zou een groot probleem zijn. Erger nog, dit rolmodel ontbreekt ook thuis. Al moet je er dan wel, net als Tavecchio, van uitgaan dat alleen mannen als rolmodel voor jongens kunnen fungeren.

    Tot hun 12e, zo meldt Tavecchio, zien jongens nauwelijks mannen en te veel vrouwen. "Ze hebben mannen nodig om te zien hoe ze vorm kunnen geven aan hun mannelijk gedrag. Dat leert elke ontwikkelingstheorie", aldus Tavecchio.

    Maar ontwikkelingstheorieën leren ons ook, zou je dan moeten toevoegen, dat de identiteitsontwikkeling van kinderen erg complex is. Sociaal wenselijk gedrag wordt uiteindelijk door de sociaal-culturele context als geheel bepaald en niet uitsluitend door de vrouwen die toevallig in de buurt zijn.

    Voortgezet en hoger onderwijs
    Wel is het zo dat de laatste 10 jaar steeds minder jongens het voorgezet onderwijs instroomden. Frappant is dat deze tendens op universitair niveau nog eens toeneemt. Het aandeel gediplomeerde jongens liep in 10 jaar tijd in het VWO terug met 6 %, in het HBO met 7 % en in het WO met 10 %.

    Over het algemeen zijn de schoolprestaties van jongens in het secundair onderwijs ook lager dan die van meisjes. Maar het is niet mogelijk deze veranderingen zonder meer toe te schrijven aan gebrek aan contact met meesters in het basisonderwijs.

    Nuancering
    Volgens Monique Volman, universitair hoofddocent van de Vrije Universiteit Amsterdam, kun je de achterstand en de gedragsproblemen van jongens niet verklaren uit de overmaat aan vrouwelijke leerkrachten. Wel vindt zij de achterstand die jongens oplopen tijdens hun schoolloopbaan zorgelijk; dat probleem moet dan ook worden aangepakt vindt ze.

    Los daarvan meent Volman dat er maatregelen moeten worden gevonden zodat jongens hun typische jongensgedrag kunnen uiten, maar dan wel op een manier die sociaal wenselijk is. Zij vindt dat niet alleen jongens, maar ook meisjes meer bewegingsruimte nodig hebben dan ze nu krijgen. Al vraagt de manier waarop het onderwijs is georganiseerd nu eenmaal concentratie en stilte. Maar dat was vroeger natuurlijk ook al zo.

    Feminisering van de maatschappij
    Volman meent overigens dat het niet alleen de feminisering van het primair onderwijs is, die op de jongens drukt, maar ook de feminisering van de maatschappij als geheel. De beroepen in onze economie, die steeds meer verschuiven van productie naar dienstverlening, eisen steeds meer 'vrouwelijke' eigenschappen, waardoor oude mannelijke gedragskenmerken logischerwijs op de achtergrond raken en minder gewaardeerd worden.

    Het lijkt alsof Volman zelf niet goed weet wat ze van deze ontwikkeling moet denken. Enerzijds pleit ze ervoor om de feminisering niet als de oorzaak te zien voor de jongensproblemen, maar anderzijds betoogt ze dat de maatschappelijke feminisering wel degelijk op de jongens kan drukken.

    Wie precies definieert trouwens wat vrouwelijke of mannelijke eigenschappen zijn? Hoe ontwikkelen zulke eigenschappen zich en verschilt dat niet per cultuur en per tijdperk?

    Al met al roept Volman op om andere verklaringen te zoeken voor tegenvallende leerprestaties, en niet in een simplistisch man/vrouw-debat te verzanden. Het gaat volgens haar ook niet om een negatieve invloed van vrouwen, maar om een tekort aan mannelijke invloed.

    Te weinig meesters
    Er zijn dus niet te veel juffen op scholen, maar te weinig meesters. Hoe komt dat eigenlijk?

    Het aantal mannen dat voor de PABO kiest, is relatief gering: slechts 15 % mannen, tegenover 85 % vrouwen. Deze verhouding lag vroeger anders, maar is de laatste 10 jaar wel stabiel.

    Het SCO-Kohnstamm Instituut onderzocht de achtergronden, en kwam tot drie bepalende factoren voor het lage aantal mannelijke studenten:

  • de keuzemotieven van de jongens;
  • het beeld van opleiding;
  • beroepspersectief en loopbaanperspectief.

    Vrouwenbaan
    Zolang je in het basisonderwijs als alleenverdiener geen fatsoenlijk salaris kunt verdienen, zal het onderwijs een 'tweede baan' blijven en dus vooral vrouwen aantrekken.

    Het is een baan die makkelijk te combineren is met kinderen. Dat is voor mij ook een van de weinige redenen dat ik nog steeds in het onderwijs werk. De dag dat ze de vakanties gaan afschaffen en de dagen verplicht van 9 tot 5 maken, ben ik weg.
    (Emma, Forum Ouders Online)

    Watje
    Met name het imago van de opleiding en het leraarsberoep bij vrienden en familie speelt een belangrijke rol. Volgens een directeur van een onderzochte PABO heeft zowel de opleiding als het beroep een lage status, zeker sinds MBO-ers kunnen instromen. Daarnaast moeten de jongens een groot zelfvertrouwen hebben om voor dit traject te kiezen. "In je vriendenkring ben je al snel een watje", aldus een PABO-directeur.

    Het loopbaanperspectief van een basisschool-leerkracht worden dus niet zo aanlokkelijk gevonden. En de jongens die wél op de PABO beginnen, focussen zich al snel meer op lesgeven in de bovenbouw en eventueel in de middenbouw. Tijdens de opleiding is de uitval onder jongens bovendien nog eens groter dan onder meisjes.

    Moeder en schooljuf
    Tijdens mijn opleiding tot juf, zaten er evenveel jongens als meisjes in de klas. Dit is zo'n 25 jaar geleden. Praktisch alle jongens zijn leraar voortgezet onderwijs, ambulant begeleider of directeur geworden. Praktisch alle meisjes zijn moeder en schooljuffrouw geworden. (Caren, Forum Ouders Online)

    Vrouwenberoep
    Het lijkt een zichzelf versterkend verschijnsel. Gerda Geerdink, onderwijscoördinator aan een PABO, stelt met enige ironie vast dat kinderen zich al tijdens hun basisschooltijd een beeld vormen van het beroep van leerkracht als een vrouwenberoep. Dat leidt ertoe dat jongens, als ze eenmaal toe zijn aan het kiezen van een vervolgopleiding, niet snel voor de PABO zullen kiezen.

    De samenstelling van een gemiddeld team op een basisschool (vrouwelijke leerkrachten, mannelijke directeur) vormt voor kinderen natuurlijk geen wenselijk voorbeeld. Alleen al daarom zou er een betere balans moeten komen tussen het aantal mannen en vrouwen voor de klas.

    Laurence Guérin
    p/a redactie@ouders.nl


    Literatuur

    Driessen, G. en J. Doesborgh (2004). De feminisering van het basisonderwijs. Effecten van het geslacht van de leerkrachten op de prestaties, de houding en het gedrag van de leerlingen. Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS) van de Stichting Katholieke Universiteit te Nijmegen. Beschikbaar als pdf-bestand

    Oorlog aan de jongens. De Volkskrant, 11 maart 2003.

    Geerdink G., T. Bergen, en H. Dekkers (2004). Seksespecifieke studentfactoren op de pabo. Pedagogiek 24, 41-56.

    Geerdink G., T. Bergen, en H. Dekkers (2005). Seksespecifieke studierendementen: een case study bij pabostudenten. Velon 26 (1), 5-13

    Greetje, T. en M. van Essen (2004). De mythe van het 'vrouwengevaar'. Een historiserende inventarisatie van (inter)nationaal onderzoek naar de relatie tussen feminisering en 'jongensproblemen' in het onderwijs. Pedagogiek 24, 57-61.

    Van Eck E., I. Heemskerk, en A.C.A.M. Vermeulen (2004). Paboys gezocht! Wat maakt de pabo en het werken op de basisschool aantrekkelijker voor mannen. SCO-Kohnstamm Instituut.

    Veebdrick L., L. Tavecchio, en J. Doornenbal (2004). Jongens als probleem. Inleiding bij het themadeel. Pedagogiek 24,12-22.

    Volman M. (2004). Jongens en juffen: wat is het probleem? Pedagogiek 24, 107-111.

    Woltring, L. (2003). Jongenspedagogiek? Opvoeden met gevoel voor sekseverschillen. Pedagogiek 23, 175-181.


    Verder lezen (voor ouders)

    Jongens, hoe voed je ze op?
    door: Steve Biddulph
    uitg.: Elmar (1999)
    ISBN: 9038908490
    prijs: EUR 16,55
    besprekingsartikel: Inwijding tot de jongens-opvoeding

    Is mijn zoon een macho?
    door: Angela Crott
    uitg.: Unieboek (2004)
    ISBN: 9026965680
    prijs: EUR 14,99
    besprekingsartikel: Ergernis en herkenning bij 'Is mijn zoon een macho?'

    De schoonheid van het verschil
    door: Martine Delfos
    uitg.: Harcourt Assesment bv (2004)
    ISBN: 9026517262
    prijs: EUR 30,80
    besprekingsartikel: Er ís een verschil

    Mannen in de Kinderopvang en het Basisonderwijs / Discussie op het verkeerde been?
    door: Lauk Woltring, 2005


    Laurence Guérin (34) maakt deel uit van de redactie van Pedagogiek.net. Ze is getrouwd en heeft drie kinderen (van 8, 4 en 2). Ze is afgestudeerd bedrijfseconoom en heeft zeven jaar in de farmaceutische industrie gewerkt. Haar belangstelling voor pedagogische kwesties werd gewekt toen haar eerste dochter werd geboren.

    Pedagogiek.net en Ouders Online zijn op 1 maart 2006 een samenwerkingsverband aangegaan. Pedagogiek.net is een project van de opleiding Pedagogiek van de Universiteit Utrecht, waarbij het Internet een belangrijke rol speelt. Studenten en docenten van deze opleiding geven informatie, commentaar en analyses over opvoeding, onderwijs, jeugdzorg, en ontwikkelingen in de pedagogische wetenschappen.


  • Copyright © 1996-2010 Ouders Online, alle rechten voorbehouden
    Uitsluiting aansprakelijkheid | info@ouders.nl
    Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 16 april 2006