. Allebei goed voor meer dan 50.000 volgers. Als je even rondfladdert op Twitter, vind je nog veel meer van dat soort tiener-accounts.
Zo ontdek je nog eens wat
Het gros van de tieners komt niet verder dan zo'n 10 tot 50 volgers uit eigen kring. Zelf volg ik een aantal van die kinderen zonder dat ik me heb aangemeld als volger, want dat kan natuurlijk ook. (Via een hulpprogramma als Tweetdeck kun je mensen volgen zonder dat je als volger bent aangemeld. Kan handig zijn...) Op Twitter is tenslotte alles openbaar, en zo ontdek je nog eens wat!
Als ik docent was, zou ik dat ook doen: af en toe eens kijken wat ze uitspoken, en hoe ze over jou en je school praten. Maar ook: soms laten merken dat je kunt meelezen, want zolang ze geen slotje op hun account zetten, kan dat. Tieners die in de gaten krijgen dat ze gezien worden, gedragen zich soms net ietsje bewuster.
Meelezen als ouder
Ik lees mee met mijn twitterende kinderen. Zo volg ik op afstand wat ze uitwisselen, ook al gaat het meestal nergens over. Maar soms gebeurt er wél iets belangrijks.
Ik kreeg bijvoorbeeld vrij snel door dat er een foto circuleerde van een naakt meisje. Ik was benieuwd hoe de pubers die ik ken, daarover denken en ik heb ze dat gewoon gevraagd. Daarmee gaf ik ze de kans om ook eens na te denken over de vraag wat je nog meer zou kunnen doen dan gedachteloos retweeten (doortwitteren).
Ik hoor van veel ouders dat hun kinderen niet willen dat je meeleest. Maar als ze in het openbaar twitteren, zou ik me daar niets van aantrekken. Dan lopen ze nu eenmaal de kans dat iemand ze gaat lezen, retweeten of citeren, op welke plek dan ook. Als ze dat niet willen, moeten ze hun account maar op slot zetten.
Cyberpesten
Tieners vervelen zich, ook op Twitter. En dan verzinnen ze 'grapjes'. Zo ontstond er kort geleden een buzz over het #deomeisje, een 13-jarige die de hoofdrol zou spelen in een erotisch filmpje. Daarin zou ze seksuele dingen doen met een deodorant-flacon. Het meisje heeft daar zeer onder geleden, uiteraard. Het filmpje bestaat trouwens helemaal niet.
Je kunt dit natuurlijk beschouwen als cyberpesten en er ook als zodanig mee omgaan. De school kan bijvoorbeeld z'n pestprotocol uit de kast halen. Maar veel belangrijker is het om met kinderen structureel te praten over de kracht en de beperkingen van social media, en samen na te gaan wat 'openbaar' betekent. Hun 'grapjes' zijn niet vrijblijvend meer, omdat je niet zélf kunt bepalen of iets een grapje is of een strafbaar feit.
Zo twitterde een gymnasium-leerling die dit jaar eindexamen doet (zó dom zal ze dus niet zijn) dat ze een bom zou leggen in een schoollokaal. Tot haar spijt gebeurde er niets, waarop ze nog harder ging schreeuwen, en plotseling werd ze toch opgepakt. Ze bracht een nacht in de cel door, werd geschorst van school, en dat nieuws werd weer bekend via Twitter. Cool!
Copycats
Het gevolg was een enorme stroom copycats. Om de paar uur twittert nu een Nederlandse tiener dat hij ergens een school gaat opblazen, of een bom gaat leggen. En twee weken geleden ontstond er ophef over een school waar een jongen iemand met de dood bedreigd had via Twitter.
De volwassen wereld wordt dus nogal uitgedaagd door al die twitterende tieners. We kunnen niet niets doen, we moeten reageren op discriminatie en andere ongein. (Laatst las ik deze: "Als we alle politiemannen joden noemen, krijgen we dan een boete?"). Daar is een tweet van het type "Getsie, de leraar Engels zit met z'n vinger in z'n neus" natuurlijk niets bij.
Als het om tieners gaat, zullen we altijd alert moeten zijn. En nu dus ook online. Meekijken en commentaar geven. Wat doen ze en waarom? Blijven praten dus, maar tegelijkertijd ook begrijpen dat ze lang niet alles menen wat ze zeggen, en dat ze dat ook 'gewoon' aan het uitproberen zijn. Er zit niets anders op.
Zie ook:
Snelcursus 'Twitter voor kinderen'
Internet op school - Eerste hulp bij tienertweets
Justine Pardoen
redactie@ouders.nl
Justine Pardoen is hoofdredacteur van Ouders Online. Ze zit op Twitter als @JustineP en @OudersOnline, en heeft ruim 3.000 volgers. Daarnaast onderhoudt ze @tipsvoorouders (tips zijn welkom!) en @mediaopvoeding.