|
Babyvoeding
Justine Pardoen en Nanny Gortzak
27 september 2001
Ter gelegenheid van de borstvoedingsweek 2001 presenteren wij u: het geheel herziene artikel dat wij ooit publiceerden onder de titel 'Moedermelk of poedermelk'. De tekst is aangepast door onze lactatiekundige Nanny Gortzak, op basis van de nieuwste inzichten.
Om begrijpelijke redenen ligt de nadruk sterk op het geven van borstvoeding. Dat is immers het beste voor de baby. Maar ook voor niet-voedende moeders is dit verhaal interessant, vooral wanneer u wilt weten wat een baby eigenlijk nodig heeft en waarom dat zo is. Bovendien besteden we ook aandacht aan bijvoeding: de fruithapjes en de groetehapjes, zeg maar. Alle onderdelen zijn bereikbaar vanuit de linker menubalk.
Deel 1: moedermelk
Moedermelk voldoet tot minimaal zes maanden aan elke behoefte van de baby. Het bevat alle vitaminen en mineralen die een baby nodig heeft.
De WHO (World Health Organization) adviseert om uitsluitend moedermelk te gebruiken gedurende de eerste zes maanden; daarna blijft moedermelk de belangrijkste voeding tot het eerste jaar. Maar ook ná het eerste jaar is moedermelk nog steeds een prima aanvulling op het dagelijkse menu van een peuter.
De samenstelling en de smaak van borstmelk veranderen tijdens de borstvoedingsperiode en zelfs in de loop van de dag. De samenstelling is daarbij steeds afgesteld op de behoefte van het kind. De smaak verandert met wat de moeder eet. Een kind dat borstmelk krijgt, is daardoor al gewend aan verschillende smaken voordat het met vast voedsel begint.
Colostrum
De allereerste melk die een baby uit de borst drinkt na de geboorte, heet colostrum. Dit is een gelige, kleverige vloeistof. Colostrum zorgt ervoor dat de darmen van de baby snel geleegd worden. Dit is zichtbaar in de eerste luiers van de baby: donkere, plakkerige luiers met meconium (drop-achtige poep).
Hoe sneller een baby de meconium heeft uitgescheiden, hoe minder kans op geelzucht in de eerste dagen na de geboorte. De hoeveelheid colostrum die wordt geproduceerd, is klein: precies goed voor een klein maagje dat nog moet wennen aan voeding. Een gezonde baby heeft voldoende reserves om deze eerste dagen op colostrum door te komen.
Overgangsmelk
Na een paar dagen gaat de colostrum over in overgangsmelk: de hoeveelheid wordt groter, de melk gaat er witter uitzien, en ook de samenstelling verandert: er komt meer vet en meer lactose in.
Voordelen voor de baby
Een van de bekendste eigenschappen van borstvoeding voor een baby is de aanwezigheid van antistoffen en andere immunologische bestanddelen, zoals macrofagen. Borstvoeding wordt daarom wel een levende vloeistof genoemd.
De voordelen van deze bestanddelen in de melk zijn:
bescherming tegen oorinfecties;
bescherming tegen het ontstaan van allergieeen en astma;
bescherming tegen wiegendood;
bij verslikken is de kans op irritaties en longontsteking niet zo groot, omdat moedermelk een lichaams-eigen vloeistof is die bovendien een ontstekingsremmende en desinfecterende eigenschap heeft.
Het geven van borstvoeding wil niet zeggen dat je kind nooit ziek kan worden. De kans op bepaalde ziektes en aandoeningen is echter wel veel lager. Ook de ernst van bepaalde ziektes en afwijkingen, zoals verkoudheden, maag/darm-infecties, allergieën en astma, is vaak kleiner dan je op grond van gemiddelden zou verwachten.
Behalve stoffen die voor een goede afweer zorgen, bevat moedermelk ook de nodige koolhydraten, vetten, eiwitten, vitaminen en mineralen. Op het belang hiervan in (baby)voeding wordt hieronder ingegaan.
Daarnaast bevat moedermelk talloze andere stoffen, zoals: lactoferrine, bifidusfactor en groeihormonen. Deze stoffen zorgen voor een optimale ontwikkeling van de darmen en darmflora en bieden bescherming tegen infecties.
Voordelen voor de moeder
Voor de moeder biedt het geven van borstvoeding zowel voordelen op korte als op lange termijn.
Op korte termijn:
na de bevalling krimpt de baarmoeder sneller tot de oorspronkelijke grootte terug;
door het snelle samentrekken van de baarmoeder is er minder bloedverlies;
de kans op nabloedingen is kleiner;
doordat de menstruatie meestal een paar maanden uitblijft, heeft de moeder minder verlies van ijzer.
Op langere termijn:
een kleinere kans op borstkanker en kanker van het baarmoederslijmvlies, naarmate de moeder langer borstvoedt;
een kleinere kans op osteoporose (bot-ontkalking na de overgang), naarmate de moeder langer heeft gevoed;
gedurende de voedingsperiode is de glucose-tolerantie verbeterd, waardoor een moeder met diabetes (suikerziekte) met minder insuline toe kan.
Het bewaren van moedermelk
Afgekolfde moedermelk kan op verschillende manieren worden bewaard:
op kamertemperatuur (22 °C) kan moedermelk tot 10 uur bewaard worden. Hoe warmer het is, des te korter de bewaartijd;
in de koelkast (0 tot 4 °C): 8 dagen;
in het vriesgedeelte van een tweedeurs koelkast: maximaal 3 maanden (zet de datum erop);
in een diepvriezer (min-18 °C of kouder): 6 maanden.
Het is niet de bedoeling alle bewaartijden op elkaar te stapelen: verwerk de gekolfde melk zo snel mogelijk, rekening houdend met de termijn waarop hij gebruikt gaat worden.
Het ontdooien van moedermelk (en poedermelk)
Bevroren moedermelk kan in de koelkast of in heet water ontdooid worden. Moedermelk mag niet in de magnetron verder opgewarmd worden, omdat dan belangrijke bestanddelen van de melk verloren gaan. Bovendien kunnen magnetrons de melk ongelijk verwarmen, waardoor er hete plekken in de warme melk ontstaan. Dit alles geldt trouwens ook voor poedermelk.
Melk die eenmaal opgewarmd is, mag niet een tweede keer verwarmd worden en moet na een uur weggegooid worden.
Hoeveelheden melk voor een zuigeling
Als richtlijn voor afgekolfde melk kan men in het begin uitgaan van 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag. De hoeveelheid per voeding wordt dan gedeeld door het aantal voedingen per 24 uur.
Omdat een baby niet altijd evenveel drinkt, kunt u het beste met kleinere hoeveelheden gekolfde melk tegelijk starten, zodat er geen kostbare melk weggegooid hoeft te worden. Na een paar maanden, als de baby aanzienlijk is gegroeid, gaat deze regel voor moedermelk niet meer op. De baby drinkt dan minder moedermelk dan een even zware baby aan poedermelk nodig heeft, om toch dezelfde groei te hebben.
Voor moedermelk is er geen maximum, voor poedermelk wel. Die laatste is afhankelijk van de voeding en de leeftijd en het gewicht van de baby. Overleg voor het juiste poedermelkschema met het consultatiebureau of arts.
Let op: met borstvoeding is niet goed te zien hoeveel de baby drinkt. Wanneer de baby mag drinken zo veel en zo vaak hij wil, en als het aanleggen en de drinktechniek goed zijn, dan krijgt de baby vrijwel altijd precies wat hij nodig heeft.
U kunt wel letten op de volgende punten:
een goed gevoede baby heeft minimaal 4 à 5 zware wegwerpluiers per dag of 6 tot 8 goed natte katoenen luiers per dag;
aan het eind van de kraamweek heeft een baby enkele malen per dag een vieze luier, soms zelfs na elke voeding;
na 4 tot 6 weken kan het poepen minder frequent worden: eens per 2 weken is dan nog steeds normaal. De baby heeft dan geen constipatie, maar verteert de melk optimaal;
de baby moet een levendige indruk maken, de huid moet veerkrachtig zijn, en de fontanel mag niet ingevallen zijn. Wanneer de baby niet aan deze voorwaarden voldoet, is het verstandig een arts te raadplegen.
Door naar de volgende pagina
Justine Pardoen is redacteur van Ouders Online.
justine@ouders.nl
Nanny Gortzak is lactatiekundige IBCLC
p/a justine@ouders.nl
|